Supermarkten en de waarde van vlees: wordt alles beter in 2020?

Het CBL (supermarktenorganisatie) wil de standaard van vlees verhogen. Drastisch verhogen. Zoals het nu zit, is 90% van het vlees in Nederlandse supermarkten niet pluis. De sterren die je op vlees ziet staan? Laten we het zo zeggen: één ster is de troostprijs. Lager dan dat wil je echt niet zitten. En, zo bleek 14 juni, dat willen de supermarkten ook niet meer. Per 2020 zullen we enkel 3-sterrenvlees in de supermarkt kunnen krijgen, zo stelt het CBL in hun Vlees Beter Iniatief.

Als je je inmiddels afvraagt wat dit alles met hippies te maken heeft, even een korte inleiding:

We zijn wat we eten. We slepen ons voedsel mee de dag door in onze maag en ons bloed. Ons eten is de energie waarmee we ’s ochtends opstaan, ons werk doen en onze vrienden zien. We besteden een aanzienlijke hoeveelheid tijd aan eten, aan het bedenken, bereiden en consumeren van maaltijden, en ons lichaam is het grootste deel van de dag bezig met de vertering ervan.
Het is ontzettend belangrijk dat we eten met aandacht. Dat we open en sceptisch naar ons bord kijken en denken: is dit wat ik mezelf wil geven? Is dit hoe ik in het leven sta? Zie eten als een vorm van liefde, ook als je, zoals deze vieze hippie, niet bijzonder van koken houd. Voedsel is minstens zo’n belangrijk deel van ons leven als ons werk en relaties. Vrede, vrijheid en liefde: net zulke belangrijke ingrediënten als peper, zout en olijfolie.

Vandaar. Niemand wil toch een plofkip eten?

En vanaf 2020 willen de supermarkten dat ook niet meer. Fantastisch nieuws. Als de verkoopgiganten verduurzamen, maakt dat een enorm verschil voor onze manier van eten. Daarnaast geeft het hoop. De consumenten en NGO’s hebben daadwerkelijk een stem: wanneer wij iets niet oké vinden, kunnen we het uit de supermarkt verbannen. Stemmen met je vork, het werkt echt!

Maar… wat hebben de supermarkten daar eigenlijk aan? Waarom doet het CBL dit? Dick Veerman van foodlog had een gesprek met Marc Jansen, directeur van het CBL:

“Er is heel veel negatieve discussie over vlees. Voor ons is het een belangrijk product. Het maakt 10% van onze verkopen uit . . . Maar het is niet goed als er teveel discussie over is en consumenten voortdurend aan het twijfelen worden gebracht over de kwaliteit en de eerlijkheid van het vlees dat we verkopen. Aan die discussie willen we een einde maken.”

Aan die discussie willen we een einde maken. Is de discussie over voedsel niet juist wat we willen voortzetten? Is discussie niet de ultieme manier om waarden te bespreken en tot compromissen te komen? De “negatieve discussie” die Jansen wil beëindigen, is nu juist waar deze vieze hippie zo blij van wordt. Het maakt ons bewust van de achtergrond van onze maaltijd.

Het CBL heeft niets met bewustwording. Bewustwording verhindert impulsaankopen en zou op de lange duur de ondergang van de supermarkt kunnen betekenen. Dat moet tegengegaan worden, en als ze daarvoor hun standaard moeten verhogen, dan zullen ze dat doen. Het gaat hier niet daadwerkelijk om de ‘norm’ die het CBL aan voedsel stelt; het gaat erom dat ze een grootmacht blijven.

In de reacties schrijft Dick Veerman zelf:

de actie van het CBL is een voorbode van een omslag in onze cultuur: de overgang van een kwantitatieve – louter op geld en beschikbaarheid van consumptiegoederen – gebaseerde economie naar een kwalitatieve – op waarden – gebaseerde economie. Daarin worden NGO’s overbodig en komen de waarden zelf vrij vanuit de interactie tussen ondernemers en consumenten.

Maar de overgang lijkt deze vieze hippie eigenlijk niet zo groot. De keuze van het CBL sluit naadloos aan op de kwantitieve economie; ze is gebaseerd op een noodzaak te blijven verkopen, niet op een besluit voortaan een ethische branche te zijn. Dat is natuurlijk niet alleen slecht nieuws, want in dit economische systeem heeft de klant een stem, en heeft “negatieve discussie” de macht om grootse veranderingen door te voeren.

Het besluit van het CBL maakt NGO’s in het geheel niet overbodig. De eerste reactie die Wakker Dier op het besluit gaf, was er één van teleurstelling: “Pas over acht jaar?” Zoals de supermarkt geen waarden stelt maar winst najaagt, bestaat Wakker Dier niet louter uit eisen en moralisme. De kracht van NGO’s ligt in het tegengeluid dat ze maken, in de “negatieve discussie” die ze op gang brengen. Wetenschapper en auteur Raj Patel roept het al jaren: de revolutie begint niet in de supermarkt:

Het voedselprobleem is een sociaal probleem, niet een marktprobleem, en het moet door sociale bewegingen en interacties opgelost worden. Bewust eten moet een nog groter draagvlak krijgen, er moeten wetten doorgevoerd worden – dit is een proces dat jaren, decennia, eeuwen in beslag zou kunnen nemen. Het besluit van het CBL is hoopgevend en belangrijk, maar het is geen allesbeslissende ontwikkeling. Zij zijn niet de grootmachten. Dat zijn wij.

Advertenties