Luie Zaterdag

Wakker worden zonder wekker; zonnige zaterdagochtend. Mijn vriend zit op de computer, ik doe een kort yoga-rondje voor het open raam. Zonnegroet, trikonasana, schouderstand, vis. Onder de douche kibbelen we over wie het meeste water en wie de grootste zeep. Ontbijt dreigt uit de hand te lopen: de geleende sap-pers word me snel de baas, en met een lege maag kan ik maar weinig verdragen. Maar het smaakt ons, en daar gaat het om. Een glas vol kool-komkommer-selderijsap (een beetje fruit was wel lekker geweest). Nog steeds: de zon. Na maanden Engeland ben ik het niet meer gewend.

Neem dan vandaag, de regenende zondag – zo voel ik me thuis, zo kan ik weer schrijven; me rustig zonder schuldgevoel aan een tafel zetten en woorden op papier doen verschijnen. Het is moeilijk te begrijpen hoe het indrukken van een toets leidt tot een letter op het scherm. Hoe melk leidt tot boter. Hoe een gedachte leidt tot zin – of haar vaker nog dwarsboomt. Voor iedere vraag bestaat een antwoord, iedere deelvraag verstopt in de kennis van technici en experts. Als ik nu bij iedereen langs kon gaan, hoofdstukken uit hun hoofd kon kopiëren, en het terug kon brengen, in één overzichtelijk verhaal. Ik dwaal af.

Parnassius aan Zee is het kleine stukje Bloemendaal waar honden de hele zomer welkom zijn. Bolle (roepnaam van Humboldt, de hond) en ik lopen door de branding. Ik wat dieper dan hij. Hij houdt niet van de golven, en al helemaal niet van kopje ondergaan. Maar hij drinkt wel het zoute zeewater, hoe hard wij ook roepen: “Nee! Bah! Is vies!” Hij neemt niets van niemand aan (behalve het broodje dat een kleuter zo handig op ooghoogte hield).

De zon schijnt nog steeds en we drinken op het terras, praten over de toekomst die vaag blijft, terwijl ze toch definitief dichterbij komt, een paar maanden nog en dan. Elke ‘en dan’ leidt tot vragen, speculaties, maar eindigt in een zekere “we zien hoe het gaat”. Zo blijkt het leven dan ook wel weer: met de auto naar huis, van huis naar supermarkt, van supermarkt naar keuken, van keuken naar bank. Om half twaalf val ik doodmoe in slaap. Van nietsdoen word je ook moe.

Advertenties