Happy-Go-Lucky

Zorgeloos, luchthartig, leuk, plezant, gelukkig, aangenaam, vrolijk, onbekommerd – enkele woorden die voor de Nederlander het Engelse ‘happy-go-lucky’ trachten te vertalen. Helaas lijkt het woord meer op het Nederlandse ‘gezellig’: gemakkelijk uit te leggen, lastig aan te voelen. Voor wie benieuwd is hoe dat happy-go-lucky er dan precies uit ziet –  zo ongeveer:

Poppy is een dertigjarige basisschooljuf, en ze is gelukkig, en vrolijk, en ja, onbekommerd. De film beslaat haar dagelijks leven, haar ontmoetingen met anderen, de manier waarop ze tegen de wereld aankijkt. Een manier die, na het zien van deze film, ik me onmiddellijk eigen wil maken. Poppy is mijn nieuwste rolmodel.

Toen deze film drie jaar geleden uitkwam, en Amsterdam vol hing met posters, dacht ik ‘hè gadver, niet weer zo’n Amélie-film’. Toen de recensies schreven dat Poppy tot het onuitstaanbare vrolijk was, besloot ik dat ik die film nooit zou gaan zien. Toen een vrolijke vriendin opperde dat het een erg leuke film was, zei ik: “Tuurlijk vind jij dat.” Ik zou in de bioscoop mijn eigen haar uittrekken uit frustratie.

Het moge duidelijk zijn dat ik me nogal beperkt (en beperkend) opstelde. Als ik ietsje meer als Poppy was geweest, had ik de film gewoon geprobeerd. Tegelijkertijd vraag ik me af of dat op dat moment veel zin had gehad: niet alleen omdat ik waarschijnlijk te cynisch was geweest om het goede voor mijn neus te zien, maar ook omdat ik te weinig begrip had gehad voor de film als cultureel object. Ik weet nu pas wat Noord-Londen ‘betekent’, en hoe de film met die vooroordelen speelt. Ik begin langzaam te begrijpen hoe het Britse klassensysteem werkt.Bij ons is een basisschooljuf gewoon een juf, en voor de meeste Nederlanders heeft Poppy simpelweg een wat onverstaanbaar accent. Deze twee dingen zijn voor een Engels publiek echter geladen met klasse-implicaties. Die culturele achtergrond geeft het uitgangspunt van de film een extra dimensie, en maakt haar nog vele malen sterker. Maar hoe dat precies werkt? Dat is nog lastiger uit te leggen dan de definitie van happy-go-lucky.

Het belangrijkste van de film kan echter ieder publiek meekrijgen: als we allemaal iets meer (de zwaaiende armen en giechelende grapjes zijn niet verplicht) zoals Poppy waren, zou ons leven (en daarmee de wereld) er een stuk leuker op worden. Amanda Ford geeft wat tip om je eigen Poppy te worden:

  1. Altijd blijven lachen
  2. Ga uit van het goede in anderen.
  3. Draag vrolijke, speelse kleren (kleur, ‘aparte accessoires’, wat dan ook)
  4. Fiets, roei, spring op een trampoline, maak knutselwerkjes, lees kinderboeken, dans flamenco.
  5. Blijf consequent in een goed humeur, ongeacht de reacties van anderen.
  6. Plaats tegenvallers in perspectief.
  7. Geloof dat je je ook wel eens kut zal voelen, en dat dat deel van het gelukkige, onbezonnen leven is.
  8. Stel grenzen en verdedig ze.

Die laatste twee zijn tips die je eigenlijk pas goed kunt begrijpen als je de film kijkt, en ziet hoe Poppy omgaat met mensen die haar slecht behandelen, of aannames over haar leven maken. Er straalt een enorme vrijheid uit haar acceptatie van tegenslagen en respect voor anderen – maar in tegenstelling tot wat haar vriendin Chloë gelooft, is ze nooit té aardig. Poppy maakt duidelijk waar haar grenzen liggen, en hoe ver anderen mogen gaan. (De basisschool is ook wel een hele goede plek om dat te leren, natuurlijk).

Luke de Smet zegt het allemaal wat mooier:

Als we Poppy leren kennen, beseffen we dat ze helemaal niet naïef is, maar gewoon iemand die de moed heeft om emotioneel volwassen te zijn.  . . . [Poppy is niet het stereotype] aandoenlijk en ‘lekker gek, maar juist iemand die goed is in haar werk, een leuke vriendin, een begripvolle zus en een aantrekkelijke geliefde; en ze heeft de mentale en emotionele kracht om met ingewikkelde omstandigheden om te gaan . . . Leigh’s film geeft een uiterst eerlijke blik op de realiteit, maar toont een andere kant dan we gewend zijn te zien.

Misschien ben je net zo sceptisch als ik drie jaar geleden, en denk je: die vrouw staat me gewoon niet aan. Misschien over drie jaar wel. Na Happy-Go-Lucky twee keer in twee dagen gezien te hebben, geloof ik oprecht dat iedereen op een bepaald moment in zijn leven behoefte heeft aan een Poppy, en haar kan herkennen als bewonderenswaardig rolmodel.

Advertenties