Vieze Veganist 7: Leermomentjes

De Veggie Challenge is vandaag ten einde gekomen. Jammer, maar helaas. Betekent verder niets voor mijn eetpatroon; de afgelopen maand zoveel mogelijk (lees: min. 4 dagen per week) veganistisch eten) is me zo goed bevallen, dat ik gewoon lekker doorga. Maar wat heb ik in de tussentijd geleerd?

  • ’s Ochtends duf? Juist dán een groene smoothie. In deze zit selderij, komkommer, bindsla, kiwi en gember.

    Ik kies steeds vaker (automatisch) het juiste voor mijn lichaam. Als ik me nu moe of lusteloos voel, haal ik geen pizza of kant-en-klaar maaltijd, maar kan ik mezelf er vaker toe zetten om te zeggen: maak die groenten schoon! Wonderbaarlijk genoeg ben ik daarna gelijk minder moe.

  • Ik eet minder vaak een ‘standaard’ zoet ontbijt (brood met beleg of cruesli) en steeds vaker ‘echt’ voedsel: overgebleven linzencurry, couscoussalade, roerbakgroenten met rijst. Dit vult beter, en ramt m’n suikerspiegel niet zo omhoog op de vroege ochtend.
  • Salades! Ik ben zo van salades gaan houden. Met alles erop en erin, je kunt het zo gek niet bedenken. Mijn favoriete dressing is nog altijd tahini + agave siroop + limoensap + olijfolie + peper + zout. Romig, zuur, zoet en zout – heerlijk.
  • Ja, ik ben dus echt aan het koken geslagen de afgelopen maand. Gek genoeg maakt een keuze tot beperkt dieet juist dat ik meer zin heb om echt iets lekkers voor mezelf klaar te maken, om zelf dingen te verzinnen, en om daar ook vooral foto’s van te maken en met anderen te delen. Had ik vroeger nooit last van.
  • Lunchpakket: saladepot & nakd reep

    Goed eten is goed plannen. Zomaar ergens ter plekke uit eten gaan is lastig – maar als je van tevoren weet waar zich de dichtstbijzijnde natuurwinkel bevindt, komt het altijd goed.

    Met mijn part-time stage was het in het begin ook worstelen: ik wil niet elke dag brood voor lunch eten, maar de saladedressing lekt door elke lunchtrommel heen. Gelukkig kwam ik erachter dat je salades ook in een pot kunt doen! Het ziet er misschien niet altijd even smakelijk uit, mijn collega’s lachen me uit, maar het is ontzettend praktisch en het lekt nooit.

  • Roosteren. Roosteren maakt alles lekkerder. Nootjes of zaden? Verhit ze (zonder olie) vijf minuten in een hete pan op hoog vuur. Groente? Maakt niet uit wat voor groente; allemaal met een scheutje olie (géén olijf-, daar worden ze slap van) in de oven.
  • Zoetigheid. Ik ben een enorme zoetekauw, en hoewel ik deze maand al heel veel ontdekkingen heb gedaan (Vieze Hippie en de Chocoladefabriek), wil ik die graag bewaren voor een latere blogpost, met wat mooie foto’s erbij. Maar als ik jullie vast lekker kan maken: een Ferrero Roché-cupcake…

Bananenhavermout met lijnzaad, frambozen en pruimen

Alles roosteren! Bloemkool met knoflook.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Quinoa-granaatappelsalade, broccoli met melitzanosalata, geroosterde pompoen & hummus

Salade met geroosterde groene asperges

 

Advertenties