Vieze Hippie & de Carrière

Onlangs zat ik met een vriendin met onze blote voeten in het gras, in de zon, muziek te luisteren en te kletsen over ons gebrek aan betaald werk of richting in ons leven. Kortom, we zaten lekker hippie te zijn. Althans, dat dacht ik. Tot zij zei: “Ik ben tweeëntwintig en ik weet nog steeds niet wat ik wil. Dat kan niet. Ik moet nu mijn carrière beginnen.”

Er waren zoveel dingen die ik wilde uitroepen: “Tweeëntwintig?! Genoeg mensen zijn vijftig voordat ze weten wat ze willen!” “Welke carrière?” “Een carrière waarin?” “Wat bedoel je in hemelsnaam met een carrière?”

Nu ik hier achter de computer zit, schiet Wikipedia weer te hulp: een carrière is een loopbaan. De rits banen die je bezigt van het begin van je arbeidsleven tot je pensioen. In die zin heeft praktisch iedereen een carrière, en bestaat de mijne uit o.a. afwassen, e-mails schrijven, en gedichten vertalen. Mooie carrière, al zeg ik het zelf.

Maar op dat moment had ik geen toegang tot het internet (het leven van een smartphone-loze hippie), en zag ik carrière nog als iets bijzonder interessants wat wij niet hadden. Een ‘carrière’ in die zin is niet het werk dat je doet, maar werk dat je doet waar je trots op kunt zijn. Iedereen lijkt een carrière te willen hebben, als mijlpaal van een volwassen, geslaagd, onafhankelijk leven.

Als zodanig heeft het heel veel weg van dingen als “geld” en een “gezin” – abstracte begrippen die weinig met jouw leven zoals jij het ervaart van doen hebben.”Ik wil graag 500 euro extra verdienen per maand zodat ik een eigen appartement kan kopen en in de zomervakantie twee weken met mijn vriend naar Zuid-Frankrijk kan” – dát is een verlangen. “Geld” is een woord, het is leeg, en het is iets dat je denkt te willen zonder te weten waar je precies behoefte aan hebt.

Zulke wensen zijn opgelegd van buitenaf, en hangen samen met een groot verlangen naar status, succes, (zelf-)acceptatie en geluk. Het zijn lege verlangens, die niet zijn wat ze zijn, maar altijd symbool staan voor iets anders. Als mijn vriendin nu had gezegd: “Ik wil graag een carrière in het onderwijssysteem, waar ik begin als docentsassistant en op mijn 68ste pensioneer als directeur van een Iederwijsschool”, dan was ik misschien meer onder de indruk geweest.

Maar een carrière? Wie wil er nou gewoon ‘een’ carrière? Antwoord: mensen die denken dat het hun iets gaat geven wat ze écht willen, zoals liefde, acceptatie, trots, geluk, blijdschap, levenslust. Terwijl juist die verlangens veel beter vervuld kunnen worden door alledaagse, kleine aspecten, zoals de collega’s waarmee je werkt of het aantal uren dat je dagelijks heen en weer moet reizen.

Bovendien, zo merkte Alain de Botton al op in Ik Werk, Dus Ik Ben, is werk een idee dat door je sociale klasse bepaald wordt. De middenklasse ziet werk als een verlenging van zichzelf, iets waar ze identiteit aan ontleent en passie in kwijt kan. Maar dat is een luxe positie, geen vanzelfsprekend recht. De meeste mensen werken om te leven: zij klokken de uren om brood op de plank te krijgen, maar hun passie, identiteit en sociale leven speelt zich ’s avonds en in het weekend af.

“Dat wil ik niet,” zei mijn vriendin, “Dat vind ik ontzettend deprimerend.”

Ik ook, mensen. Ik wil dat ook niet. Maar soms is het goed om te beseffen dat het misschien toch zou kunnen gebeuren. Misschien ben ik wel van de generatie die minder gaat krijgen dan z’n ouders: minder geld, minder vakantie, minder carrière. Misschien krijg ik in het leven niet alles wat ik wil.

En misschien ook wel. Hopelijk wel. Maar de carrière komt niet aangewaaid – het gebeurt terwijl je leeft. Het is niet iets wat je op tweeëntwintigste creëert – zeker niet als je niet eens weet wat je wilt gaan doen. Maar hé, wat weet ik nu helemaal? Het is niet alsof ik een ‘bloeiende carrière’ heb opgebouwd als vieze hippie. Wat denken jullie ervan?

Advertenties