I <3 De Boerenmarkt

Als je me een beetje volgt op Twitter, heb je ze vast al eens gezien: foto’s van mijn groenteaankopen. Elke zondagochtend, wanneer ik kan, ga ik naar de boerenmarkt in Brixton. Het is een klein half uurtje lopen van mijn huis, maar op de terugweg moet ik altijd de bus nemen, omdat mijn tas veel te zwaar is.

Ik ga zo graag naar de markt omdat ze altijd de mooiste producten hebben, ik steeds weer verrast wordt door nieuwe soorten (witte minipompoen? aardperen?) en de prijzen erg goed zijn. Voor £12 (€15) heb ik zo een weekvoorraad aan groenten – en ik eet mijn groenten drie maal daags, in grote hoeveelheden.

Sommige stallen van de boerenmarkt in Brixton zijn biologisch, maar de boerderij waar ik mijn inkopen doe, is dat niet. Nadat ik Crazy Sexy Diet had gelezen, vroeg ik één van de medewerkers of hun selderij bespoten was (heel slecht, volgens Kris Carr).”Ja” zei hij ronduit.

Biologisch is ook niet alles. Bij ons staat smaak voorop, en de kwaliteit van het voedsel.*” Hij zweeg weer even: “Biologisch is niet per se een teken van kwaliteit, het is vooral een hype, en het is niet altijd beter… Zelfs al zouden we het biologisch stempel wíllen hebben, dan moet je aan allerlei regels voldoen – dat ligt gewoon niet binnen ons bereik.”

Ik knikte en kocht de selderij. De groenten die ik op de boerenmarkt koop, koop ik niet omdat ze aan bepaalde eisen voldoen. Ik koop ze omdat het de lekkerste groenten van Londen zijn. Borough Market? Overpriced & overrated; al die keren dat ik daar iets kocht wat nog niet rijp, of half rottend bleek te zijn… En de supermarkt (zelfs WholeFoods, ja) haalt het zeker niet bij mijn boerenmarkt.

Elke week zie ik dezelfde gezichten, weer of geen weer. Soms wandel ik ernaartoe, soms ren ik – en of ik nu bezweet of verregend aankom, ze zijn altijd blij om me te zien. Ik koop ‘rare’ dingen die ik nog nooit heb gegeten, en ze vertellen me precies hoe (lang) ik het kan bewaren, en welke bereidingswijzen het lekkerst zijn. Ze pakken mijn rugzak en boodschappentas voor me in, en op wat doperwten en slakroppen na, is niets verpakt in plastic.

Niets zo hippie (en hip) als de boerenmarkt. Weinig milieuvervuiling (mits je de auto thuis laat), veel ‘community’ en een hele grote voorraad onuitspreekbare groenten. De boerenmarkt heeft voor mij in ieder geval een grote educatieve waarde. Zo leerde ik gisteren wat een “marrow” is; een Britse kalebassoort die het meest weg heeft van een uit z’n voegen gegroeide courgette. Op aanraden van de boer ga ik ‘m deze week uithollen en roosteren met een rijst-tomatenmengsel erin.

Marrow (én gouden bieten)

Zoals ik al schreef in het stuk over de YFM-tuin, heb ik mijn biologische kennis niet vaak paraat. Ik weet niet zo goed waar voedsel vandaan komt, of we nu de bloem of de vrucht eten, en of bloemkool ook in andere kleuren bestaat. Door regelmatig naar de markt te gaan spreek ik mensen die mij kunnen uitleggen waar het product vandaan komt, en hoe ze het hebben gegroeid.

Paarse bloemkool

Inmiddels heb ik een heel liefdevolle band met mijn groenten, probeer ik goed voor ze te zorgen en laat ik ze nooit bederven. Toen ik gisteren tegen de boer zei “Nou, dat was het dan, ik ga weer terug naar Nederland”, was ik dus wel een beetje verdrietig. Maar aan de andere kant; nu heb ik ook alle mogelijkheden om de markten in Amsterdam aan een groot onderzoek te onderwerpen.

Wil jij ook op groentensafari? Hier vind je twee lijsten van de boerenmarkten in Nederland.

* Lees meer over bio-sceptici: “Kwaliteit en smaak moeten het uitgangspunt zijn, niet een of ander dogma.” – Joël Thiébault in Trouw

Advertenties